Eén brood brengt een massa brood op de plank.

Als jij een brood koopt, pikken daar heel wat mensen een graantje van mee. De bakker uiteraard, die heeft het brood gebakken. Maar zijn meel, zijn gist, zijn suiker, zijn oven, zijn gas ... ze zijn stuk voor stuk het werk van anderen. Het meel komt van de bakkersmolen, die zijn graan bij de lokale boeren haalt. Die hebben het graan gezaaid, bemest, geoogst. Daarvoor heb je zaad nodig en landbouwwerktuigen, die op hun beurt geproduceerd, ontworpen, verkocht en onderhouden worden. En zo kunnen we tot in het oneindige doorgaan.

Want achter de meest dagdagelijkse dingen zitten een massa ondernemingen en instellingen, waarin een nog grotere massa mensen werken, en dus hun brood verdienen. Daarmee kunnen ze dan zichzelf en hun gezin van de nodige producten en diensten voorzien. Waarvoor ze weer een beroep kunnen doen op andere ondernemingen of instellingen en de mensen die er werken. Zelfs mensen die niet, of niet meer werken, genieten via de sociale bijdragen mee van al het geleverde werk. Welvaart creëert welvaart, wat telkens weer een geweldige kettingreactie geeft.